DE FAMILIE VAN LOON
Oorspronkelijk komt de familie Van Loon uit het plaatsje Loon op Zand, dicht bij `s Hertogenbosch. In het begin van de zeventiende eeuw vestigde zij zich in Amsterdam. In de loop der eeuwen bekleedden telgen van de familie tal van belangrijke functies.

Willem van Loon, bijvoorbeeld, was in 1602 medeoprichter van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Verschillende leden van de familie zijn burgemeester geweest van de stad Amsterdam. In het begin van de negentiende eeuw werd de regentenfamilie Van Loon in de adelstand verheven. Het wapen van de familie Van Loon bestaat hij drie molenijzers, symbool voor de watermolen, die in de middeleeuwen in het bezit van de familie was, en twee morenkoppen die mogelijkerwijs verwijzen naar de rol, die de familie speelde bij de oprichting van de V.O.C.

DE COLLECTIE
In het museum is een uitgebreide collectie familieportretten te bewonderen, temidden van gesigneerd achttiende eeuws meubilair, zilver en porselein. Deze portretten geven de geschiedenis weer van de familie. De vroegste portretten dateren uit de laat zestiende eeuw. Op het grote groepsportret, geschilderd door Jan Miense Molenaer in 1637, wordt het tweede huwelijk afgebeeld van Willem van Loon en Margaretha Bas. Het huwelijksfeest vindt plaats in een typisch zeventiende-eeuwse 'sael'. Het bruidspaar zit enigszins links van het midden. Willem van Loon was tijdens zijn eerste huwelijk getrouwd met de dochter van burgemeester Jan Geelvinck. Hierdoor was hij de eerste Van Loon die zitting nam in het Amsterdamse stadsbestuur. Zijn zoontje uit dit eerste huwelijk, Jan van Loon, wordt door zijn stiefmoeder bij de hand gehouden. Onder de aanwezigen op het huwelijksfeest zijn alle nog levende broers en zusters van de bruidegom. Op het portret komen veel symbolische verwijzingen voor.

Zo duidt de omgevallen stoel mogelijk op de afwezigheid van Hans van Loon, een van de broers van Willem, die vier jaar daarvoor gestorven was aan de pest, dan wel op het weduwnaarschap van Willem van Loon. De hond, symbool van trouw, houdt de herinnering aan de dierbare overledene levend.

Het andere hondje, naast het bruidspaar, verbeeldt de huwelijkstrouw. Opmerkelijk is de aanwezigheid van de donkere bediende uiterst rechts. Het is mogelijk dat hij op het feest werkzaam was, omdat het houden van zwarte bedienden in de zeventiende eeuw voorkwam. Hij kan echter ook afgebeeld zijn, als symbolische verwijzing naar de nieuw verworven status van de Van Loons als regentenfamilie.

In de slaapkamer van de heer des huizes hangt het romantische dubbelportret van Jacob Boode en Catharina Martin. Dit portret werd in 1791 door Johan Friedrich August Tischbein geschilderd, waarschijnlijk ter gelegenheid van hun huwelijk. In de vogelkamer hangt een portret van professor Maurits van Loon geschilderd door de kunstenaar Hans Bayens.
Dit portret uit 1987 is een goed voorbeeld van hedendaagse portretkunst en onderstreept de continuďteit van de collectie Van Loon.


HET HUIS
Jeremias van Raey, een koopman afkomstig uit Vlaanderen, liet in 1671 twee huizen bouwen aan de Keizersgracht. Dit waren de huidige nummers 672 en 674. De bouw werd uitgevoerd onder leiding van de architect Adriaen Dortsman, die eerder bekendheid had verworven met de bouw van de ronde Lutherse Kerk en het Walenweeshuis aan de Vijzelgracht (nu het Franse consulaat). In het linker woonhuis ging Van Raey zelf wonen, en het rechter werd verhuurd aan de schilder Ferdinand Bol.

In 1752 werd het huis gekocht door dokter Van Hagen die getrouwd was met zijn patiënte Catharina Trip. Met haar geld liet hij het hele huis verfraaien. Het meest spectaculaire wat hij verbouwde was het trappenhuis, waar hij, in de balustrade, zijn naam en die van zijn echtgenote liet aanbrengen.

Na eeuwenlang door verschillende families bewoond te zijn geweest, werd nummer 672 in 1884 gekocht door Hendrik van Loon voor zijn zoon Willem, die in datzelfde jaar in het huwelijk trad met Thora Egidius. Zij was Dame du Palais van Koningin Wilhelmina en ontving vele vorstelijke gasten in het huis. Thora bewoonde het huis tot aan haar dood in 1945 en was daarmee de laatste bewoonster van het gehele huis.

Na een langdurige restauratie werd het huis in 1973 gedeeltelijk opengesteld voor het publiek als het Museum Van Loon.


DE TUIN
Veel bezoekers zijn verrast bij de aanblik van de grote tuin achter het museum. Waar het in de stad soms hectisch en lawaaierig kan zijn, is de tuin van Museum Van Loon een oase van rust. Al in de zeventiende eeuw beschouwde men deze achter de huizen gelegen tuinen als bijzonder en men vaardigde een nog steeds geldende wet uit, die de tuinen beschermde.

De tuin is aangelegd na de restauratie in de jaren 70. Het ontwerp van de tuin is geďnspireerd op de formele tuinaanleg, zoals die op een vogelvluchtkaart van zeventiende eeuws Amsterdam te zien is. In 1998 werd de tuin gerenoveerd naar plannen van de tuinarchitecte Eugénie André de la Porte. De tuin wordt besloten door de fraaie gevelwand van het koetshuis. Achter het koethuis loopt de Kerkstraat, waar de toegang voor de koetsen en de paarden was.